LEDENPROFIEL

Alle leden van de  BSW zijn akkoord gegaan met onderstaand ledenprofiel dat is opgesteld op 17 januari 2020 en goedgekeurd door de ALV van 20 juni 2020 te Valkenswaard.

Iedere gediplomeerde spiritueel werker (SW) die zich aanmeldt als lid van de Beroepsvereniging van Spiritueel Werkers (BSW) verklaart zich akkoord met dit ledenprofiel.  Om de ongelukkige constructie hij/zij te vermijden en ter doorbreking van het maatschappelijke patroon om dan ‘hij’ te gebruiken, wordt aan de SW gerefereerd als ‘zij’.

Kwaliteiten van de SW

  • De SW leeft en werkt vanuit de verbinding met het Bronbewustzijn en gaat een diepgaand persoonlijk contact aan met haar omgeving. Zij geeft hier op een praktische manier vorm aan. De persoonlijke kwaliteiten van de SW bepalen tevens haar professionele kwaliteiten.
  • De SW ziet het leven als een voortdurende mogelijkheid tot groei en werkt actief aan het verdiepen van haar eigen gevorderde thema’s.
  • De SW kan goed omgaan met afstand en nabijheid en kan hierdoor vanuit diepe verbinding en onvoorwaardelijke liefde leven en handelen zonder de helderheid over de posities uit het oog te verliezen.
  • De SW leeft haar uniciteit en werkt vanuit gelijkwaardigheid en praktiseert zelf een persoonlijk spiritueel pad waarbij eigenschappen als puurheid, directheid en zelfreflectie als voorbeeld voor anderen dienen.
  • De SW is bezield en empathisch en kent compassie. Zij kan goed met haar eigen (actuele) levensthema’s en de daarmee gepaard gaande emoties overweg en is hier naar eigen inzicht open over naar haar omgeving indien het ter zake doet.
  • De SW kan haar omgeving ook confronteren en het belang van zelfreflectie leren.
  • De SW kent het onderscheid tussen wezen en ego en kan haar omgeving begeleiden in het geleidelijk transformeren van het ego.
  • De SW wijst niemand af op grond van sekse, ras, herkomst, levensbeschouwing, sociale status of seksuele geaardheid.
  • De SW respecteert en bevordert de keuzevrijheid, zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid van anderen en maakt hen op geen enkele wijze afhankelijk van haar.
  • De SW respecteert de vier niveaus om mensen te observeren, benaderen en eventueel te behandelen: fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel.
  • De SW respecteert de vijf natuurgerichte principes, te weten energie, prikkeloverdracht, drainage, voeding en psyche.
  • De SW laat na in de uitoefening van haar beroep, misbruik te maken vanuit deskundigheid, deskundigheidsverhouding en/of uit haar positie voortvloeiend overwicht.

Voor praktiserende SW geldt ook:

  • De SW dient in de uitoefening van haar beroep de zorgvuldigheid in acht te nemen door te handelen naar de inhoud en geest van dit ledenprofiel.
  • De SW voldoet aan alle wet- en regelgeving. (Bijvoorbeeld WGBO, AVG, WKKGZ)
  • Publiciteit die de gehele beroepsgroep van SW aangaat, dient van tevoren ter goedkeuring aan het bestuur van de BSW te worden voorgelegd.

Professionele kwaliteiten

  • De SW is bekwaam in transformatieprocessen en praktische spiritualiteit waarbij het wezenlijke van een mens uitkristalliseert en het ego geleidelijk wordt getransformeerd. Het werkgebied van holistische psychotherapie komt in de buurt van het werkterrein van een SW.
  • De SW helpt de cliënt om kracht, kwetsbaarheid en persoonlijke kwaliteiten te verdiepen en te leven waardoor een levenslustige, evenwichtige persoonlijkheid kan ontstaan.
  • De SW weet een vertrouwensrelatie te scheppen waarbij zij de zelfstandigheid van de cliënt respecteert en bevordert. Zij zal het vertrouwen niet beschamen. Zij leert de cliënt om problemen ook in de context van verbinding op te lossen.
  • De SW kan een heldere visie geven over een langer groeitraject van een cliënt en een praktisch op maat ontworpen traject aanbieden.
  • De SW heeft de onderwerpen waar de cliënt begeleiding in vraagt zelf aan den lijve ervaren of de noodzakelijke ervaring in huis om deze levensthema’s te begeleiden. De SW onthoudt zich van handelingen en adviezen die gelegen zijn buiten het terrein van het eigen kunnen. In dat geval kan zij andere vormen van hulpverlening consulteren of doorverwijzen.
  • Aangezien het persoonlijke proces van de cliënt vaak enerverend is, kan de SW door haar eigen ervaring met diverse levensthema’s naar de cliënt vertrouwen uitstralen en veiligheid en structuur bieden.
  • De SW respecteert de normen en waarden van de cliënt en laat hooguit zien hoe deze doorwerken in het leven van de cliënt, als ze verbonden lijken met diens klachten.
  • De SW behoort haar kennis en vaardigheden op peil te houden c.q. op een zo hoog mogelijk niveau te brengen en zich open te stellen voor nieuwe ontwikkelingen. De SW zal open doch kritisch omgaan met nieuwe kennis en of begeleidingsmethoden en indien mogelijk collega’s hiervan op de hoogte brengen.

Contacten met cliënten

  • De SW informeert cliënten adequaat over het voorgenomen traject, de werkwijze, de uitgangspunten, de (beperkingen van de) gebruikte werkvormen en de kosten van de consulten. Deze informatie dient alle aspecten te omvatten waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat ze van invloed zijn op de bereidheid tot deelname.
  • De SW heeft de leiding van de consulten, maar zij handelt nooit tegen de kennelijke wil van de cliënt. Tijdens de gehele begeleiding staan de belangen van de cliënt op de eerste plaats. Zij kan zich nooit aan haar verantwoordelijkheid onttrekken met een beroep op een opdracht of verzoek van een cliënt.
  • De SW zal gedurende de begeleiding geen andere relatie dan een consultrelatie met de cliënt hebben of de wens daartoe uitspreken. Zij gaat op professionele wijze met de cliënt om en houdt werk en privé helder uit elkaar.
  • Indien tussen de SW en haar cliënt een verschil van mening bestaat over de wijze waarop de begeleiding het best zou kunnen geschieden, dan dient de SW de behandeling te staken of advies in te schakelen indien er geen overeenstemming met de cliënt wordt bereikt.
  • De cliënt heeft het recht een andere hulpverlener te consulteren.
  • De SW dient de vrije keuze van een geschikte therapeut van de cliënt te eerbiedigen. Zij behoort zich te onthouden van elke poging om een cliënt van een andere therapeut tot de hare te maken. Wel mag zij vrijblijvend advies geven over de geschiktheid van een bepaald behandel of begeleidingstraject.
  • De cliënt mag de behandeling op elk tijdstip stopzetten. Als de SW besluit de behandeling te verbreken, dan dient zij:
    • Haar beslissing in voor de cliënt begrijpelijke termen te motiveren,
    • Aan te bieden de cliënt zo goed mogelijk te adviseren omtrent het vervolg, en of
    • Aan te bieden voor een adequate verwijzing zorg te dragen.

Diagnostiek

  • De SW tracht in een voorgesprek goed in te schatten of de werkvormen geschikt zijn voor deze cliënt. Zij kent de contra-indicaties en kan deze herkennen.
  • Bij meerdere en bij vage klachten kan zij samen met de cliënt een geschikt beginpunt vinden. Zij kan hoofdzaken van bijzaken onderscheiden.
  • De SW zoekt, gegeven de klachten en wensen van de cliënt en haar eigen inschatting van de persoonlijkheid en achtergrond van de cliënt, de meest geëigende weg om de cliënt via een proces verder te helpen om bij de kern en oorsprong van het probleem te komen.
  • De SW blijft er tijdens de begeleiding alert op of de cliënt iets nodig heeft dat buiten haar eigen ervaring of bekwaamheid valt. De SW verwijst de cliënt door naar andere disciplines of hulpverleners indien dit gewenst is. Deze verwijzingen kunnen liggen op het terrein van verdere persoonlijke of lichamelijke verwerking van datgene dat in de sessie omhoog is gekomen of kunnen na succesvolle afronding van het begeleidingstraject een logische vervolgstap zijn in de verdere ontwikkeling van de cliënt.

Begeleiding

De SW beheerst een breed repertoire voor het begeleiden van een sessie, mede afhankelijk van haar eigen interesses en ervaringsveld:

  • Zij kan niet-psychiatrische problematiek in werk en privésfeer praktisch begeleiden en de cliënt leren om zelfstandig en creatief hiermee om te gaan,
  • Zij kan ongewenste en/of onbewuste psychische invloeden van anderen, zowel uit verleden als heden, helpen opsporen en in overleg met de cliënt een begeleiding hiervoor aanbieden. Zij kan werken met alle belangrijke levensthema’s.
  • Zij kan actuele rouw, actuele trauma’s en shocks helpen verwerken; ernstige ongevallen, ziektes en operaties, ook met bewustzijnsverlies, seksuele misdrijven, geweldsmisdrijven, verlies van naasten, betrokkenheid bij rampen.
  • Zij kan contact laten maken met vergeten of verdrongen oude ervaringen, inclusief die uit de vroegste jeugd, tijdens zwangerschap en geboorte.
  • Zij kan oude ervaringen doen herbeleven en exploreren.
  • Zij kan associatie- en dissociatietechnieken afwisselen en combineren. Zij kan blokkeringen tijdens de herbeleving helpen oplossen.
  • Zij kan mentale, emotionele en lichamelijke catharsis stimuleren en begeleiden.
  • Zij kan afronden, verankeren en de resultaten van catharsis integreren.
  • Zij kan de cliënt helpen om verwarde, droomachtige en gecompliceerde ervaringen te ontwarren en te verhelderen.

Relaties met collegae en andere zorgverleners

  • De SW streeft naar een goede samenwerking met andere en of overkoepelende disciplines en verwijst door als dit nodig is. Zij laat zich (tegenover de cliënt) niet geringschattend uit over andere disciplines, tenzij het, op grond van concrete kennis, in het belang van de cliënt is om een negatief advies te geven.
  • De SW is bereid tot samenwerking en biedt collegae alle hulp die zij krachtens haar deskundigheid en ervaring kan bieden.
  • De SW behoort haar beroep, collegae en de BSW niet in diskrediet te brengen.
  • De SW behoort voor zover mogelijk bereid te zijn gedurende bepaalde tijd voor een collega waar te nemen.

(c) 2019